Twee dagen had ik in Tirana voor ik aan het tweede deel van mijn Balkan Expedition begon. Achteraf bekeken had ik die ook nodig.
Niet zozeer om de fiets klaar te maken. Die was deze keer technisch goed voorbereid. Maar wel om zelf wat los te komen. Mijn job is behoorlijk intensief en ik merk telkens opnieuw dat fysiek ergens aankomen niet betekent dat je hoofd onmiddellijk volgt.
Ik wilde deconnecteren. Even niet met het werk bezig zijn. Niet voortdurend naar WhatsApp en sociale media kijken en ook wat afstand nemen van kranten en nieuwsberichten. Ik had het nieuws de voorbije weken en maanden behoorlijk gevolgd en vroeg me af wat het me uiteindelijk bijbrengt. Dat er verschrikkelijke dingen gebeuren in de wereld, dat weet ik. Maar tijdens deze reis wilde ik proberen daar een paar dagen minder mee bezig te zijn.
En toch waren er opnieuw zenuwen voor het vertrek. Je kunt een route voorbereiden, materiaal meenemen en je fiets controleren, maar je weet nooit helemaal wat er onderweg zal gebeuren.
Ook over mijn voeding had ik vooraf nagedacht. In een supermarkt in Tirana liep ik etiketten te bekijken. Negentig gram koolhydraten per uur was een richtwaarde waar ik mee bezig was, maar hoeveel is dat eigenlijk in echt eten?
In de praktijk zou het de volgende dagen veel eenvoudiger worden. Gesneden wit brood mee op de fiets, af en toe een Snickers, ’s morgens goed ontbijten en ’s avonds stevig eten. Vaak een Griekse salade en daarna pasta of rijst met kip. Die negentig gram per uur heb ik zeker niet gehaald. Toch bleek mijn energie meestal voldoende, zolang ik maar op tijd bleef eten.
Eindelijk stilte
De eerste ochtend werd ik zoals gewoonlijk wakker zonder wekker. Ik wilde vroeg vertrekken, maar al snel kreeg ik een eerste praktisch probleem: mijn zadel was helemaal naar voren gekanteld.
Even dacht ik terug aan India en de technische problemen die ik daar met mijn versnellingen had. Gelukkig was dit snel opgelost.
Na ongeveer tien tot vijftien kilometer uit Tirana begon een lange klim.
En bijna onmiddellijk veranderde alles.
Rust.
Nauwelijks verkeer. Bergen rondom mij.
Na India, waar ik zoveel druk verkeer had meegemaakt, deed die stilte enorm deugd. Ik wil niet iedere reis met India vergelijken, maar het verschil was moeilijk te negeren.
Het is ook een van de redenen waarom ik dit soort reizen graag doe. Even weg uit het gewone leven. Mijn hoofd leegmaken.
Tegelijk merk ik dat er doorheen de jaren iets bij gekomen is. Ik doe dit ondertussen zes seizoenen en fotografeer en film mijn reizen. Ook deze keer heb ik materiaal mee om beelden te maken, waaronder mijn drone.
Ik vind het fijn om achteraf beelden van zo’n avontuur te hebben en ze te kunnen delen. Maar tegelijk geeft het een zekere druk. Heb ik voldoende gefilmd? Heb ik goede foto’s? Moet ik hier niet even stoppen om iets vast te leggen?
Sommige filmpjes die ik op YouTube plaats, worden uiteindelijk misschien maar door tien mensen bekeken. Dan vraag ik me soms af waarom ik het eigenlijk doe. Misschien zit er ergens ook de wens dat veel mensen kijken.
Ik heb daar geen pasklaar antwoord op.
Maar de balans tussen een moment beleven en een moment vastleggen houdt me wel bezig. Het ene is niet hetzelfde als het andere.
Druiven in de hitte
De rust bleef, de aangename temperatuur niet.
Mijn Garmin-fietscomputer gaf tijdens die eerste dag op een bepaald moment 49 graden aan. Water dat ik onderweg kocht, werd in mijn drinkbussen razendsnel warm. Ik moest geregeld stoppen om opnieuw drank te kopen en de schaduw op te zoeken.
In de verte zag ik bovendien onweer naderen.
Bij een klein winkeltje of cafeetje ontmoette ik een bijzonder gastvrije man. Hij zette een bord druiven voor mij neer en moedigde me aan ze allemaal op te eten.
Maar ik bleef naar dat naderende onweer kijken.
Ik wilde verder.
Ik at misschien een vierde van het bord, gaf de rest terug en vertrok.
Achteraf voelde ik me daar wat schuldig over. Die man was zo gastvrij en ik zat alweer met mijn planning en met wat er misschien zou gebeuren. Dat vond ik jammer.
Onderweg zag ik mannen op een dak werken. Bij temperaturen boven de veertig graden waren zij gewoon aan het werk. Ik vroeg me af hoe ze dat volhielden. Indrukwekkend om te zien.
Het laatste uur kreeg ik zelf steeds meer last van de hitte. Het werd heel lastig.
Mijn conditie zat nochtans goed. Sinds februari had ik een dertigtal wielerwedstrijden gereden. Dat was een belangrijk deel van mijn voorbereiding en tijdens het klimmen voelde ik dat ook.
Maar die hitte voel je uiteindelijk toch.
Twee drinkbussen vergeten
De volgende dag werd het nog warmer.
Na een stop om iets te drinken en te eten stapte ik weer naar buiten. Mijn Garmin gaf 54 graden aan. Even later 51, 52.
En onmiddellijk wachtte een stevige klim van ongeveer anderhalve kilometer.
Ik was al bezig toen ik iets ontdekte.
Mijn drinkbussen.
Twee laten staan.
Normaal heb ik er vier bij. Er zat dus niets anders op dan terug te keren. Daarna mocht ik dezelfde klim opnieuw doen.
Ja, zo gaat dat.
Ik reed die dag ook lange tijd over de E4/SH4, een veel drukkere weg dan ik had verwacht. Het contrast met de rustige wegen van de eerste dag was groot. Ik begon al na te denken over een alternatieve route voor de volgende dag.
Heel kleine wegen of gravel opzoeken zag ik met deze hitte ook niet zitten. Water vinden was te belangrijk.
Mijn voeten begonnen onderweg eveneens lastig te doen. Af en toe deed ik mijn voeten uit mijn fietsschoenen, zette ze boven op mijn schoenen en trapte zo verder.
Wat me onderweg minder beviel, was het afval langs de weg. Plastic flesjes, lege flessen, pampers en allerlei ander vuil. Ik begrijp niet waarom mensen dat zomaar weggooien. Ik vind het heel spijtig om te zien.
Gelukkig zijn er ook heel andere kleine momenten.
Mensen passeren, even zwaaien of goedendag zeggen en een vriendelijke groet terugkrijgen.
Het lijkt niets.
Maar onderweg geeft het energie en moed.
Goesting en blijdschap.
Grens over naar Griekenland
Op dag drie voelde ik de inspanning van de vorige dag nog in mijn lichaam.
Ik had ongeveer zeven uur geslapen en moest even terugdenken aan mijn eerste CA15-seizoen, toen ik naar Spanje fietste. Ongeveer 2.700 kilometer, met veel klimmen en ook hoge temperaturen.
Ik had me toen ooit voorgenomen zo’n zware fysieke uitdaging niet meer te doen.
Deze reis is veel korter.
Maar evident is ze niet.
Voor deze derde rit had ik mijn route aangepast omdat de oorspronkelijke weg te druk was. Daardoor kwamen er ongeveer tien kilometer en tweehonderd hoogtemeters bij. Ik verwachtte rond de 2.500 hoogtemeters uit te komen.
Om zes uur zat ik op de fiets.
Mooi op tijd, dacht ik.
Tot ik de grens met Griekenland overstak en ontdekte dat het daar een uur later was.
Net het uur dat ik dacht gewonnen te hebben om de grootste hitte voor te blijven, was ik plots kwijt.
Onderweg ontmoette ik twee Franse fietsers. Ze reisden heel anders dan ik. Ze sliepen meestal buiten, soms zelfs zonder tent. Een van hen vertelde dat zijn Garmin en telefoon gestolen waren.
Een van de twee heette Thomas.
Ik had een Engelstalig exemplaar van Eighty bij me en besloot het hem te geven. Ik heb daar ook een mooie foto van.
Een toevallige ontmoeting onderweg en daarna rijdt iedereen weer verder.
Niet alles wat ik onderweg zag, was even mooi.
Ook op deze derde dag zag ik opnieuw een groot sluikstort, midden in de natuur. Na al het afval dat me eerder langs de weg was opgevallen, kwam dat opnieuw binnen. Zoveel vuil midden in een landschap dat op andere momenten net zo mooi kan zijn. Ik begrijp het niet en vind het vooral heel spijtig.
Na ongeveer twintig kilometer in Griekenland begon ik me zorgen te maken over water. Ik had nog geen winkeltje of tankstation gezien. In Albanië had ik het gevoel dat er voortdurend wel ergens iets te vinden was.
Mijn bidons begonnen leeg te raken en er wachtte nog een lange klim.
En kort nadat ik dat had gedacht, kwam ik een tankstation tegen.
Water bijgevuld.
Probleem opgelost.
Mijn eerste indruk moest dus meteen alweer genuanceerd worden.
Bij het passeren van Ioannina kreeg ik vervolgens een kleine verfrissing. Wat regen en een temperatuur die zakte tot ongeveer 27 graden.
Zeer aangenaam.
Niet veel later was het alweer 35 à 36 graden.
En dan kwam de slotklim.
Ongeveer dertien kilometer lang en voor mij een van de mooiste beklimmingen die ik ooit heb gereden. Het uitzicht maakte veel goed.
Tijdens die klim had ik wel twee confrontaties met agressieve herdershonden. Voor de rest van de rit waren de honden redelijk rustig geweest, maar hier had ik mijn Dazer echt nodig. Volgens mijn ervaring werkte die gelukkig goed.
Dertien kilometer lang.
Maar de moeite waard.
Metsovo
De volgende ochtend werd ik rond half zeven wakker. Opnieuw geen wekker.
Ik verbleef in Metsovo, een heel leuk dorp midden in de bergen. Stralende zon en vanuit mijn verblijf zicht op de bergen.
Het ontbijt was normaal om acht uur, maar de hotelier had het speciaal voor mij vervroegd naar half acht. Dat vond ik heel fijn.
Eerst nog even bevoorraden in een winkeltje en daarna begon de klim meteen.
Het was gewoon magnifiek.
Op het hoogste punt van de rit zat ik rond 1.670 meter. De temperatuur was ongeveer twintig graden.
Na de extreme hitte van de vorige dagen was dat een wereld van verschil.
Tijdens een volgende klim stopte ik bij een waterbron. Er zaten mensen die me verzekerden dat het lekker water was. Ik vulde mijn drinkbussen en proefde.
Superfris.
Heel aangenaam en verkwikkend.
Later veranderde het weer opnieuw volledig. Bij het oversteken van het gebergte kreeg ik een fikse regenbui over mij heen.
Geen onweer, maar wel serieus.
Ik was kletsnat en de temperatuur zakte opnieuw naar ongeveer twintig graden.
Ik had die dag rond de middag ook een omelet met wit brood gegeten en onderweg had ik brood bij. In de laatste dertig kilometer voelde ik opnieuw hoe belangrijk dat eten was. Je merkt wanneer de energie begint op te raken.
De rit kwam uit rond 140 kilometer en 2.000 hoogtemeters volgens mijn cijfers van dat moment.
’s Avonds kwam ik aan in een appartement op de benedenverdieping. Handig, want mijn fiets kon zonder discussie gewoon binnen.
Dat is onderweg niet altijd vanzelfsprekend. Bij hotels en B&B’s komt regelmatig die wat ongemakkelijke vraag: mag mijn fiets mee naar de kamer? Ik probeer dat meestal wel voor elkaar te krijgen. Die fiets is uiteindelijk mijn vervoermiddel voor de hele reis en die wil ik graag bijhouden.
Later ging ik eten. Het restaurantje ging pas rond negen uur open.
Een groot bord Griekse salade, daarna een grote kipfilet met rijst, een liter water en een alcoholvrij biertje.
Negentien euro.
Dat leek mij weinig in vergelijking met wat ik in België gewend ben, maar ik ken de levensduurte hier onvoldoende om daar algemene conclusies uit te trekken.
Nog één dag tot de rustdag
Dag vijf begon met het vooruitzicht op Thessaloniki.
En vooral: daarna een rustdag.
De eerste uren moest ik opnieuw klimmen. Daarna volgde een lange afdaling.
Rond kwart na één begon het opnieuw behoorlijk warm te worden en ik had nog ongeveer honderd kilometer te rijden. Naarmate Thessaloniki dichterbij kwam, werd het verkeer drukker.
Niet mijn favoriete manier van fietsen.
Op een bepaald moment stuurde mijn route me naar een brug, maar daar stond een bord dat de doorgang onderbroken was.
Het alternatief leek langs de autostrade te gaan.
Dat wilde ik niet doen.
Een jonge man stopte en ik vroeg hem of ik eventueel toch voorbij de onderbreking kon. Hij vertelde me dat het mogelijk was als ik heel voorzichtig was en dat ze er soms ook met een motorbike door gingen.
Ik besloot het te proberen.
Uiteindelijk bleek het heel goed te doen.
Later reed ik een hele tijd met de zee in de verte. Na vijf dagen begon Thessaloniki dichterbij te komen.
Maar zelfs bij het binnenrijden van de stad was de dag nog niet helemaal gedaan.
Een hond begon me te achtervolgen en bleef behoorlijk lang volgen. Ik denk dat ik tot ongeveer veertig kilometer per uur heb gereden. Hij bleef maar komen.
Uiteindelijk raakte ik hem kwijt.
En toen was ik er.
Een fijne verblijfplaats, een goede ontvangst, iets gaan eten.
En voilà.
De rustdag kon beginnen.
Halverwege
Mentaal voel ik me na deze eerste vijf dagen redelijk goed.
Lichamelijk voel ik de tocht wel degelijk. Mijn handen liggen wat open. Mijn achterwerk voelt de vele uren op het zadel. Mijn spieren doen pijn.
Ik heb dat eerder meegemaakt, maar het blijft telkens een uitdaging. Dit zijn zware ritten en vooral de hoge temperaturen van de eerste dagen hebben volgens mijn eigen ervaring veel impact gehad.
Tegelijk kijk ik met een goed gevoel terug op die eerste helft.
De stille wegen buiten Tirana. De hitte. Twee vergeten drinkbussen. Mensen die terugzwaaien. De man met zijn druiven. Thomas en Eighty. De grens met Griekenland. Dertien kilometer klimmen naar Metsovo. Herdershonden. Fris water uit een bron. Kletsnat worden in de bergen. Een onderbroken brug. En uiteindelijk Thessaloniki.
Vijf fietsdagen.
Nu is het tijd om het lichaam even rust te geven.
Daarna volgen nog vijf dagen richting Skopje.
Tot binnenkort,
Bart


Zalig om te lezen Bart !
Ik fiets virtueel met je mee en droom weg bij de mooie foto’s
Enjoy and be safe !
Bedankt Danny. Plan jouw volgende fietstrip ook maar al 😉.
wat een plezier om te lezen en respect makker , na enkele jaren lijkt het normaal te worden maar dat is het allerminst. Zeker als de omstadigheden zo uitdagend zijn. Merci om te delen bart want bovenop je dagelijkse uitdagingen weet je ook hier tijd voor te vinden. nog heel veel succes en plezier en keep it safe !
Merciekes Kris 🙏
Goed bezig Bart!!
Het ziet er naar uit dat het een super avontuur is.
Merci, Joff
Great to hear from you Joff. Thanks ! 🙏
Hey Bart, sterk werk, zouden ze bij ons zeggen! 😄 Schitterend, man. En met deze temperaturen is dat zeker niet te onderschatten. Ik werk hier zelf maar een beetje in de tuin met 32 graden, zonder ook maar in de buurt te komen van de inspanning die jij levert, en ik voel het al serieus. 😅
Echt prachtig wat je doet! Ik hoop dat je tijdens deel twee ook af en toe wat tijd hebt om te genieten van de omgeving. Volgens mij is het daar een schitterende regio. Ik heb zelf een stukje van Albanië gezien en vond het echt de moeite.
Dus: tof bezig, man! Veel succes met deel twee, geniet ervan en doe zo verder! 💪☀️🚴
Bedankt Frank ! 🙏
Hallo Bart,
Hoe doe je het toch, ons telkens meepakken in je verhaal alsof we er zelf in zitten ( zonder zelf af te zien natuurlijk). 🤣
De tijd te nemen om dit allemaal te schrijven op je rustdag en voor het beeldmateriaal.📸🎥
Alleen maar boordevol bewondering man, om jezelf dit telkens opnieuw aan te doen, om je beter te leren kennen en te leren omgaan met tegenslagen. ( je hoofd vrijmaken noem je dat dan).
Veel succes in het verder verloop van je tocht. 🤞🙏
Kijk er al naar uit naar het vervolg en 👍👍👍 voor je.
Bedankt Dirk ! 🙏
Përshëndetje Bart, të lutem kthehu në Albanie që të paguash për atë pjatë me rrush që ke ngrënë para se të largoheshe me nxitim. Faleminderit! Ilir
😂
Amai , wat een mooi en zwaar avontuur.
Telkens als ik op mijn moto zit en fietsers tegenkom met bepakking vraag ik mij af waarom doen ze dit ? Na wat lezen op u site begrijp ik het al wat beter. De fietsers zijn de echte helden op de weg 💪
Groeten domien
(De motard op de kamer naast u in vevi , griekenland 😁)
Wat een toeval he 😁
Bart, het is altijd genieten om jouw reisverhaal te mogen lezen 👌😊, het geeft een soort rust. Thessaloniki…heb daar drie maanden gewoond, weliswaar 27 jaar geleden, stage gedaan en vooral gewerkt aan m’n thesis. Keep in touch 🤗, greetz, Thomas.
Dank je Thomas 🙏
Jawadde broer, wat een prestatie weeral 👌.
Genieten van wat rust en dan hop hop naar deel 2.
Ik wens je nog veel moed en chapeau dat je dit blijft volhouden!
Ik word al moe als ik over jouw inspanningen lees 😝 🥵.
Groetjes 👋
Dank je wel 🙏
Prachtig Bart – je ziet en beleeft de mooiste dingen op deze manier. Ik heb ook respect voor de hoogtemeters die je achterover kauwt, in deze hitte dan nog… bravo.
Je drone… succes item dat je meeneemt!!! Meer van dat!!! Ben benieuwd naar de panorama’s die je hebt geschoten!