De rustdag in Thessaloniki had deugd gedaan. Mijn lichaam had die ook nodig. Maar zodra ik opnieuw op de fiets zat, was er weinig dat aan een rustige herstart deed denken.
Na een dertigtal kilometer zat ik al lange tijd op een drukke tweerijvaksbaan. Ik stopte bij een cafeetje, dronk een koffie op het terras en probeerde mijn route te hertekenen. Misschien kon ik zo op een rustigere weg terechtkomen.
Niet dus.
Even later zat ik opnieuw tussen het verkeer. Het ging goed vooruit en het was vlak, maar veel meer viel er op dat moment niet over te vertellen.
Soms is fietsen ook gewoon fietsen.
Gelukkig kan een dag onderweg snel veranderen.
In een fruitwinkeltje wilde ik een perzik kopen, maar die voelde nog wat hard. Ik nam dan maar een appel. Toen ik wilde betalen, hoefde dat niet.
Een klein gebaar, maar net dat soort momenten blijft hangen.
Tijdens de laatste dertig à veertig kilometer veranderde ook de omgeving. De drukte verdween en maakte plaats voor rust en een prachtig meer.
Het was ondertussen rond vijf uur. Op vorige CA15-reizen zou ik op zo’n moment vooral bezig geweest zijn met één vraag: hoe snel geraak ik binnen?
Vijf uur. Maximum zes uur. Soms zelfs vier uur.
Deze keer merk ik dat dat veranderd is. Ik vind het net fijn om langer buiten te blijven. Om niet alleen bezig te zijn met de bestemming, maar zoveel mogelijk tijd in de natuur door te brengen.
Gewoon kijken. Fietsen. En genieten van wat ik onderweg tegenkom.
Van het wonder van de natuur, eigenlijk.
Een Belg, een motor en beren
In Vevi kwam ik aan bij een klein hotelletje in een dorp van ongeveer vijfhonderd inwoners.
Daar ontmoette ik toevallig Domien, een metaalarbeider uit Mol. Hij had overuren opgespaard en zeven weken vrij genomen. Ook hij reisde solo. Niet met de fiets, maar met de motor. Vanuit België was hij via Griekenland onderweg richting Armenië en daarna zou hij weer naar huis rijden.
Een heel vriendelijke man. En na dagen onderweg was het ook fijn om nog eens gewoon Nederlands te kunnen praten.
Domien vertelde dat hij in de regio een opvangcentrum voor beren had bezocht. Daar had hij gehoord dat beren door de warmte soms lager uit de bergen komen. Hij vertelde me ook dat je zeker moest opletten wanneer er jongen bij waren.
De volgende ochtend stelde de eigenaar van mijn hotel me wat gerust. Volgens hem zaten de beren hoger in de bergen en hoefde ik hier geen schrik te hebben.
Ik begon aan een klim van ongeveer twintig kilometer.
Geen enkele beer gezien.
Vliegen daarentegen… gigantisch veel.
Ze bleven maar rond me hangen. Op den duur werd het echt vervelend.
Verder waren er prachtige uitzichten terwijl de weg bleef klimmen.
Tijdens een koffiestop kreeg ik gezelschap van een heel brave hond. Hij kwam bij me zitten, ik gaf hem wat brood en hij bleef rustig in mijn buurt.
Een mooi contrast met de agressieve honden die ik onderweg al was tegengekomen.
Van dertig naar zeventien graden
Het laatste stuk begon op een mooie gravelweg.
En toen kwam het onweer.
Ik zat er middenin. De temperatuur zakte plots van rond de dertig naar zeventien graden. Na al die warme dagen voelde dat behoorlijk fris.
De weg werd steeds slechter en door de hevige regen ook erg glibberig. Ik zat wat hoger en het werd op sommige momenten gevaarlijk. Door de regen kon mijn Garmin de route ook niet meer goed volgen en was het scherm moeilijk te zien.
Daardoor reed ik ook nog wat verloren.
Onderweg passeerde ik een huis waar een hond langs de straat zat. Hij begon me agressief te achtervolgen. De eigenaar riep en probeerde hem tegen te houden, maar dat had weinig impact.
Ik bleef rustig verder fietsen.
Uiteindelijk kwam ik veilig aan.
Geen fijne aankomst, maar goed.
Dat hoort er ook bij natuurlijk.
Deze Balkanreis ook in beeld beleven?
Tien ritten, vier landen en heel veel momenten die onderweg moeilijk in woorden te vatten zijn.
▶ Bekijk hier de film van mijn Balkan Expedition
Noord-Macedonië binnen
De volgende ochtend begon ik aan een kortere rit van ongeveer 94 kilometer.
Na een goeie dertig kilometer kwam de grens met Noord-Macedonië.
Later ging het verder richting Debar.
En dat stuk verraste me.
Ik fietste langs het water door een heel mooie omgeving. Het deed me even aan de fjorden in Noorwegen denken. Natuurlijk is het daar veel spectaculairder, maar ik had niet verwacht hier zo’n mooi landschap tegen te komen.
Ondertussen moest ik ook mijn route voor de laatste twee dagen herbekijken.
Tijdens een stop keek ik nog eens naar de route die ik vooraf via Strava had gemaakt. Volgens de informatie die ik online vond, kon ik de geplande grensovergang richting Kosovo niet zomaar nemen en was er mogelijk een toelating nodig.
Daarvoor was het nu te laat.
Kosovo bleef deel van het plan, maar ik moest mijn route aanpassen.
Jammer, want de oorspronkelijke route zag er mooi uit en bevatte ook een interessant gravelstuk.
Hoe kan er zoveel afval liggen?
Die avond kwam ik aan bij een hotelletje aan een prachtig meer.
Maar onderweg was me opnieuw iets opgevallen waar ik moeilijk bij kon.
Het zwerfvuil.
Ik had het eerder al gezien in Albanië en Griekenland, maar in Noord-Macedonië vond ik het nog veel opvallender. Kilometerslang zag ik overal afval langs de weg liggen.
Ik begrijp dat echt niet.
Hoe kun je in zo’n mooie omgeving zoveel vuil achterlaten?
In het hotel vroeg ik het aan de man van de receptie.
Hij zei dat ik bij hem moest komen zitten en we begonnen erover te praten.
Hij verwees naar het communistische verleden en naar de veranderingen die daarna gekomen zijn. Volgens hem zijn mensen in een wereld terechtgekomen met meer democratie en modernere middelen, maar kunnen ze de waarde daarvan niet altijd goed inschatten. Voor hem lag daar een deel van de verklaring voor het afval.
Ik weet niet of het zo eenvoudig te verklaren valt.
Maar ik vond het interessant om zijn kijk erop te horen. Zeker omdat ik me tijdens het fietsen al kilometerslang afvroeg hoe het mogelijk was dat er zoveel afval langs de weg lag.
Door Mavrovo naar Tetovo
De volgende dag ging het vanuit Debar door Mavrovo National Park richting Tetovo.
Opnieuw een heel mooi stuk natuur.
Naarmate ik dichter bij Tetovo kwam, werd het verkeer weer drukker. Dat contrast was groot: eerst langs de bergen en door het natuurpark, daarna opnieuw tussen heel veel auto’s.
In Tetovo zou ik overnachten. De volgende dag wilde ik Kosovo binnenrijden, er een stuk door fietsen en daarna opnieuw Noord-Macedonië binnenrijden richting Skopje.
Nog één rit
Aan die laatste rit begon ik met een dubbel gevoel.
Langs de ene kant was ik blij dat het bijna voorbij was.
Ik was heel moe van het fietsen.
Vooral de aanhoudende warmte begon naar mijn gevoel door te wegen. Veel dagen boven de veertig graden.
Ik moest terugdenken aan mijn eerste CA15-reis richting Spanje. Toen reed ik ritten van meer dan tweehonderd kilometer. In het begin was dat ook zwaar, maar later in Frankrijk werd het weer veel beter en minder warm.
Ondertussen zijn we vijf jaar verder.
Dat zal misschien ook wel een rol spelen.
Onderweg stopte ik in een klein dorpje voor een koffie en raakte ik aan de praat met enkele mensen.
Eén man vertelde dat hij 41 jaar in Florida had gewoond.
De jonge kerel die in het café bediende, studeerde in Tetovo en moest die namiddag nog een examen Engels afleggen.
Een toffe babbel.
We hadden het ook over de grensovergang die ik oorspronkelijk had willen nemen. Volgens hem zou ook het pad zelf niet evident zijn geweest met mijn fiets. Hij kon moeilijk geloven dat het goed berijdbaar zou zijn.
Misschien was het dus toch niet zo’n slecht idee geweest om mijn route aan te passen.
Even door Kosovo
Aan de grens stond ik te wachten om mijn paspoort te tonen toen een politieman bij me kwam staan.
Hij was heel geïnteresseerd in mijn fiets.
Al snel bleek dat hij zelf ook fietste. Hij had een mountainbike/gravelbike en vertelde dat hij met een vriend richting Zwitserland wilde gaan fietsen.
Het werd een leuk gesprek.
Daarna reed ik Kosovo binnen.
Het stuk door Kosovo vond ik heel aangenaam. Rustig, met mooie natuur.
Wel opnieuw heel warm. Op bepaalde momenten liep de temperatuur op tot ongeveer 43 graden.
Na het drukke verkeer in Noord-Macedonië was dat rustige stuk een fijne afwisseling.
Daarna reed ik Kosovo weer uit, Noord-Macedonië opnieuw binnen en verder richting Skopje.
Is het dit dan? Is het nu gedaan?
Rond vier uur in de namiddag bolde ik Skopje binnen.
Ik reed eerst naar de fietsenwinkel om mijn fiets af te geven. Ze zouden hem inpakken voor de terugreis.
En daarmee waren de tien ritten voorbij.
1.318 kilometer.
14.598 hoogtemeters.
Vier landen.
Een dubbel gevoel.
Langs de ene kant was ik blij dat het voorbij was. Ik was echt moe van het fietsen.
Maar tegelijk was het weer zo snel gegaan.
Al die indrukken onderweg. De dingen die je ziet. De mensen die je tegenkomt. De ontmoetingen.
Het is alsof er voortdurend een film voor je ogen afspeelt.
En ineens is die gedaan.
Dan blijf ik met zo’n raar gevoel achter.
Dat is altijd speciaal.
Vooral omdat ik tijdens zo’n reis ook heel veel alleen ben. Ik praat onderweg wel met mensen, maar bijna nooit in mijn eigen taal. Deze keer was Domien de uitzondering.
Misschien maakt net dat al die ontmoetingen onderweg zo bijzonder. Ze zijn vaak kort, soms onverwacht, en voor je het weet fiets je alweer verder.
En dan is na tien ritten ook de hele reis ineens voorbij.
Ik ben moe en ergens ook blij dat het erop zit. Maar vooral dankbaar dat ik dit opnieuw heb kunnen meemaken.
Het blijft heel speciaal.
En zeer verrijkend.
Tot binnenkort,
Bart


Zag er heel mooi uit Bart.
Je hebt da goed gedaan 💪
Als ik je verhalen lees dan denk ik, wat doe je jezelf toch weer aan. Maar dat is juist de bedoeling denk ik. Jezelf leren ontdekken in ALLE soorten omstandigheden. Ik zou al met schrik vertrekken, wat staat er mij nu weer te wachten. Dan zwijgen we nog over het fysieke gedeelte (km’ers en hmr’ers) gepakt en gezakt.
Manman, eindeloos respect en waardering daarvoor. Bedankt dat je ons telkens meeneemt, we leren er voor onszelf ook veel uit en durven bij sommige problemen al helemaal niet meer te klagen. Jij bent echt iemand om naar op te kijken. Kijk al uit naar het volgende.
’t ga je goed man 👌👍🙏🍀